De eerste uitvaarten...

De neanderthaler, onze vroege voorouder had al een zekere uitvaartcultuur. Hij beschermde zijn dode soortgenoten door ze te bedekken met stenen zodat roofdieren geen kans kregen om ze op te eten. Deze handeling is onnuttig en zelfs gevaarlijk voor de rest van de groep. De tijd die men stak in dit vroege ritueel, kon niet meer benut worden om te gaan jagen en te voorzien in eigen dagelijkse behoeften. Is dat wat ons onderscheidt van de dieren? De meeste dieren die een dode soortgenoot in hun nabijheid vinden, zullen deze in het beste geval niet opeten, maar meestal kompleet negeren en verder gaan met hun bezigheden...

Urnenveldentijd

Het bronstijdperk en het ijzertijdperk worden vaak urnenveldentijd genoemd. Omdat brons en ijzer bij ons eerder schaars waren zijn de urnenvelden typerend. In de urnenveldentijd was er in onze streken geen sprake van grote rijkdom. In de grafheuvels zijn enkel eenvoudige voorwerpen gevonden.

Begraving en urnenvelden:

  • De overledenen werden boven een vuur verbrand.
  • In het vroege bronstijdperk werd de as in een holle boom verzameld.
  • Later werden daarvoor lemen urnen gebruikt.
  • De urn (holle boom in begin) werd in een grafheuvel bijgezet.
  • De grafheuvel lag meestal op een hoger gelegen plaats en was omgeven met een kringgreppel of een wal.
  • Rond de grafheuvel en kringgreppel werd vaak een palenkrans aangelegd.

Romeinse tijd

De Romeinse tijd loopt tot ongeveer 412 na Christus. Romeinen en Grieken geloofden in meerdere goden en verbranden meestal hun dierbaren.

De middeleeuwen

De Middeleeuwen lopen van 400 tot 1700 na Christus en worden onderverdeeld in vroege-, hoge-, en late middeleeuwen. Pas vanaf het jaar 1000 was er waarschijnlijk sprake van het Christendom met een zekere parochie-indeling. Voor deze tijd waren onze voorouders voornamelijk heidenen. Begrafenis:

  • Bij epidemiĆ«n werden doden vaak zonder rituelen in massagraven geworpen.
  • Onverklaarbare ziekten werd vaak gezien als een straf van god.
  • De kerk en Kloosters hadden een vooraanstaande rol bij de dood (rituelen).
  • De dood ging gepaard met gezangen en uitbundig en weeklagend te wenen.
  • De dood, de hel en demonen gaven vaak aanleiding tot angstaanjagende visioenen bij stervenden.
  • Er ontstaan vele rituelen.